
De naam Silicium is afgeleid van het Latijnse silex, wat kiezel, harde steen, keisteen of vuursteen betekent. De naam is gegeven vanwege het feit dat vuursteen hoofdzakelijk uit siliciumdioxide (SiO2) bestaat. J.J. Berzelius gaf, vanwege de herkomst, aanvankelijk de naam kiezel.
Toepassing
Silicium wordt onder andere gebruikt bij de productie van chips en zonnecellen. Hiertoe wordt een heel zuiver siliciumkristal in hele dunne plakjes gezaagd. Op deze plakjes worden met behulp van fysische en chemische technieken superkleine onderdelen aangebracht, waardoor een compleet systeem op microniveau ontstaat.
Bijna 28,5 % van de aardkost (tot 18 kilometer diepte) bestaat uit Silicium; het is het tweede element in rangorde van voorkomen.
Silicium treft men onder andere in de volgende mineralen aan:
agaat, albiet, amethist, beryl, biotiet, hemimorfiet, jadeiet, jaspis, kwarts, mica, onyx, opaal, orthoklaas, petaliet, serpentijn, talk, topaas en zeoliet.
Wingebieden
Siliciumoxide kan bijna overal gewonnen worden, bijvoorbeeld als kwartszand. De belangrijkste wingebieden liggen in Amerika (Californie), Turkije en Rusland. Het meest bekende wingebied is genoemd naar dit element: Silicon Valley in Californie.
Silicium was als kiezel (siliciumoxide) al in de oudheid bekend. Het werd door de alchemisten als een element beschouwd. Sir H. Davy veronderstelde omstreeks 1800 als eerste dat kiezel een verbinding is.
Bereiding
Silicium wordt gemaakt uit kwartszand (siliciumdioxide), dat in een elektrische oven met koolstofelektroden wordt verhit tot zo’n 1700 graden Celsius. Bij dit proces ontstaat silicium dat ongeveer voor 96-99 procent zuiver is. Voor toepassingen in elektronische toepassingen is echter een veel grotere zuiverheid vereist. Om dit te bereiken wordt het verkregen silicium opgelost in zoutzuur. De verkregen verbindingen worden door herhaald destilleren gezuiverd.